Home Data & Storage Datacenters in België – De digitale poort naar de Cloud

Datacenters in België – De digitale poort naar de Cloud

36
service

Heeft u er al eens bij stil gestaan hoeveel informatie we tegenwoordig met zijn allen verzamelen en delen onder elkaar?

Sinds het ontstaan van het Internet is er een enorme groei aan digitale data in allerlei vormen, die op de een of andere manier worden opgeslagen en gedeeld onder alle gebruikers die aangesloten zijn op het wereldwijde web en daarbuiten. Maar hoe werkt dit nu eigenlijk? Hoe krijgt bijvoorbeeld Netflix de allerlaatste nieuwe films in uw huiskamer? En wat betekent het dat al uw data zich bevindt in de Cloud? Het antwoord is simpel, het staat in een datacenter. In 2013 produceerde we met zijn allen 3,1 Zettabytes* aan data en volgens verwachting zal dit vlot stijgen naar meer dan 8,6 Zettabytes in 2018. Al deze informatie wordt opgeslagen en verwerkt in het datacenter.

Maar wat zijn dan Datacenters?

Wellicht denkt u nu meteen aan een of andere sciencefictionfilm waar in een donkere zaal, rijen van knipperende servers staan opgesteld met een kluwen van allerhande kabels.

Of misschien heeft u geen flauw idee hoe een datacenter er in werkelijkheid uitziet? Sterker nog u zou ze uit veiligheidsoverweging niet eens herkennen, mocht u er toevallig een passeren. Maar wat heeft een datacenter met uw dagelijks gebruik van het internet te maken? Meer dan u denkt, en verbazend genoeg is een datacenter cruciaal geworden in het  “Always-on en connected” bedrijfsleven van vandaag de dag. Neem het voorbeeld van Netflix, zonder een datacenter zouden zij nooit in staat zijn om u dagelijks de laatste nieuwe films of shows te bezorgen op uw Televisie, Laptop of iPad.

Datacenter opbouw

Hoe ziet een datacenter er eigenlijk uit aan de binnenkant? Vaak zijn het nietszeggende betonnen gebouwen met langs de buitenkant weinig kenmerken, buiten een eventuele koelings-installatie (Chiller platform) en een laad/los kade. Maar aan de binnenkant is er heel wat ‘state of the art’ apparatuur voorzien om een 24 op 7 service te kunnen bieden. Denk daarbij aan Generatoren, UPS-systemen  (batterijen), HVAC systemen (koeling) en een of meerdere meet-me ruimtes voor de netwerk bekabeling. (zie Datacenter lay-out hieronder)

 

 

Hoe geraakt de informatie vanuit het datacenter op uw pc of Laptop?

Hieronder het voorbeeld van de soms lange weg die de data moet afleggen om tot op uw computer of tv te geraken. Vaak bent u ook sterk afhankelijk van uw Telecom of Internetprovider om alles in goede banen te leiden. Daarom dat de beruchte ‘last mile’ u weinig keuze laat, want meestal zijn er slechts een paar telecom operatoren de werkelijke eigenaar van de kabels die in de grond liggen en uw huis of bedrijf verbinden met de verdeelkasten langs de straat. In België waren het vooral de OLO’s (Other Licenced Operator) die begin deze eeuw zeer intensief hebben geïnvesteerd in de aanleg van glasvezelnetwerken.

 

Hoe Netflix de allernieuwste films in uw huiskamer brengt.

Wist u dat Netflix alleen al meer dan 34% uitmaakt van het totale internetverkeer in de Verenigde staten tijdens de piekuren? Verwachting is dat dit in Europa niet lang op zich zal laten wachten om gelijkaardige getallen te halen en het ziet ernaar uit dat we straks alleen nog maar via het Internet TV zullen kijken. Dat verklaart meteen ook waarom zowel Orange als Proximus en Telenet met een inhaalbeweging zijn gestart om hun netwerk aan te passen. Maar wordt dan elke film die u aanvraagt eerst gedownload om daarna te bekijken? Gelukkig is dit niet het geval, want een gemiddelde film in HD-kwaliteit  is ongeveer 3,5 Gigabyte wat destijds net op een DVD schijf paste. Als je momenteel een film selecteert kan je gemiddeld binnen de tien seconden deze al bekijken. Al deze films of TV shows worden gestreamd vanuit het datacenter via een mediaserver tot aan uw computer of TV.

Er zijn vele vormen van datacenters, de een nog beter afgeschermd en beveiligd dan de andere en vaak ook in de buurt van het glasvezelnetwerk dat het internet gebruikt om informatie over heel de wereld beschikbaar te maken. En niet geheel toevallig zijn dit in Europa alle hoofdsteden die verbonden zijn via datzelfde netwerk.

De meeste datacenters zijn eigendom van grotere telecom providers die hun eigen infrastructuur hierin hebben ondergebracht, de zogenaamde Telco PoP`s en vaak laten zij enkel hun eigen klanten van het netwerk gebruik maken van hun datacenters om server en netwerk apparatuur onder te brengen. Daarnaast zijn er ook datacenters die toegankelijk zijn voor bedrijven met vele mogelijkheden tot aansluiting op elk netwerk. In deze datacenters zitten meerdere telecomproviders ondergebracht in een aparte ruimte, de zogenaamde carrier rooms.  Dit type noemt men dan ook carrier-neutrale datacenters. En sinds de opkomst van de grotere Public Cloud spelers zoals bijvoorbeeld Google of Amazon is er een gestage groei van het aantal datacenters, meer specifiek om hun eigen Cloud diensten in onder te brengen.

Datacenters en Connectiviteit

Zonder connectiviteit is er geen datacenter mogelijk. Hoe is dat zo gekomen en waar gaat het naar toe? Een ding staat al vast: alles wijst naar de Cloud. Het belang van goede verbindingen neemt steeds verder toe. Om de rol te begrijpen van connectiviteit in het huidige succes van Cloud computing, is het nodig om de ontwikkeling van IT en de maatschappij te bekijken. Een katalysator was de liberalisering van de telecommarkt in de tweede helft van de jaren negentig van de vorige eeuw. De staatsmonopolies van de meeste Europese Telco`s werden opgeheven. In de Verenigde staten werd AT&T gedwongen zich op te splitsen.

Dit leidde tot vele nieuwe toetreders en tal van innovaties. Nieuwe bedrijven schoten de logge, ambtelijke Telecombedrijven aan alle kanten voorbij. De doorlooptijd van nieuwe aansluitingen werd teruggebracht in plaats van maanden tot dagen, vanaf aanvraag tot ingebruikstelling. En de mobiele telefoon begon ook aan een opmars. Maar de mijlpaal was de publieke introductie van internet halverwege de jaren negentig. Opeens kon iedereen e-mailen en zich op het web presenteren. En dat gebeurde ook massaal. Alles zou web-based of web-native gaan worden.

Carriers

Natuurlijk zijn ook de carriers van belang geweest voor de sterke groei van Cloud. Vanuit de tijd van de ouderwetse telefoon zijn carriers gewend om internationaal te vertakken. In gelijke tred met de ontwikkeling van internet zijn de carriers leased lines gaan aanbieden. Ze hebben de afgelopen decennia enorme investeringen gedaan in het versnellen en verbreden van hun verbindingen, vaak onder de meest uitdagende omstandigheden. Het zal geen verwondering wekken dat de carriers hogerop willen komen in de voedselketen, en zij zich ook zijn gaan richten op het bieden van datacenter services. De zogenaamde carrier-hotels brengen connectiviteit en housing onder een dak. Maar doordat het carrier-hotel de belofte onvoldoende waarmaakte zijn een aantal carriers ondertussen alweer teruggekeerd van hun datacenter avonturen. Misschien was hun tactiek niet goed. Om Cloud en datacenter services te verkopen moet je bij de CIO zijn, en niet bij de traditionele gesprekspartner van de carrier, de telecommanager. Daarnaast waren ze meestal te laat. De hostingbedrijven waren een stap voor en hadden alles al geregeld.

Datacenters

De datacenters hebben zich ondertussen stevig genesteld in het hart van de Cloud infrastructuur. Dankzij het opzetten van Cloud Exchanges, hubs voor de toegang tot diverse Public Cloud providers zoals Amazon, Google en Microsoft azure, kunnen bedrijven vanuit het datacenter aansluiten op de Cloud provider naar keuze. Zo kunnen ze blijven waar ze zitten. In plaats van dat iedereen naar de Cloud providers toe moet komen, komen de providers het datacenter in. Deze ontwikkeling past ook in de behoefte van de gebruiker naar hybride Cloud omgevingen: naar public Cloud als het kan en in de private Cloud omgeving blijven als het moet. De momenteel op gang zijnde consolidatie van Cloud serviceproviders versterkt de macht van de datacenters. Maar de verwachtingen van de public Cloud providers zijn vooralsnog niet echt waargemaakt. De acceptatie van Amazon, Google for Work, Office 365 gaat gestaag maar wel zeer langzaam. Vermoedelijk zien we hetzelfde als in de beginjaren van internet: het gaat minder snel dan de voorspellingen uitwijzen, maar als het eenmaal op gang komt is de impact veel groter dan verwacht.

Een andere stelling die nog niet is uitgekomen: alle dataverkeer zal over internet gaan lopen. Het is de vraag of dit ooit zal gebeuren. Internet is robuust en bedrijfszeker, maar het komt niet met garanties en SLA’s. Met name bedrijf kritisch of uitermate privacygevoelig verkeer zal voorlopig best via eigen verbindingen blijven verlopen. (Via bijvoorbeeld VPN) Wel wordt de kwaliteit van het internet steeds beter. Communicatie als telefonie en videoconference over het internet gaat tegenwoordig meestal prima.

Connectiviteit 

Wat betekent dit alles voor connectiviteit? Het mag duidelijk zijn dat de huidige golf van digitalisering de belangrijke rol van de dataverbindingen alleen maar versterkt. En er komt een nieuwe golf van oplossingen aan, met eigen netwerkinfrastructuren en protocollen, zoals het Internet of Things, deze stellen additionele eisen aan de manier van communicatie. En ook hier is een aanpak op maat noodzakelijk. Bij sommige IoT-toepassingen gaat het om kleine hoeveelheden data op regelmatige tijden, bijvoorbeeld de doorgifte van meterstanden, andere, zoals de zelfrijdende auto, gaan gepaard met grote volumes die real-time en veilig moeten worden verzonden en verwerkt. Vanwege de toenemende complexiteit van de netwerken, vanuit het risico oogpunt en in lijn met de trend naar uitbesteding, zijn bedrijven sneller geneigd om al hun communicatie van één partij af te nemen (de zogenaamde one-stop-shop).

Eén enkele Telecomprovider of neutraal?

In de keuze van connectiviteit zijn er kort gezegd twee soorten van smaken: carrier-driven (volgens het aanbod) en carrier-neutral (volgens de vraag). Kiezen voor de carrier als one-stop-shop, betekent kiezen voor het aanbod van die carrier. Die zet zijn eigen infrastructuur in en zorgt ervoor dat partners worden ingeschakeld in de regio’s die hij zelf niet afdekt. Deze benadering heeft drie nadelen: de infrastructuur van de carrier is vaak niet volledig bij de tijd, lees verouderd; de carrier zal een one-size-fits-all oplossing bieden terwijl het beter is om per applicatie en vanuit de business per klant te kijken wat nodig is en de kmo`s krijgen niet altijd de aandacht die ze nodig hebben omdat de grote carriers meer gericht zijn op hun klanten in het Enterprise segment. Sommige carriers voeren het one-stop-shop concept nog een stap verder door naast connectiviteit ook datacenter services te verlenen, vanuit het zogenaamde carrier-hotel.

Nadelen zijn er ook: de uitbating van het datacenter is geen core business voor de carrier. En er is een grote mate van vendor lock-in in de relatie.

De carrier-neutral benadering daarentegen geeft veel meer vrijheid en flexibiliteit bij de keuze van de geboden oplossingen. De concurrentie tussen de diverse carriers is stevig, en dat heeft een prijsdrukkend en innovatie verhogend effect waar de klant van mee kan profiteren. Ook in de carrier-neutral benadering is het goed mogelijk een one-stop-shop aanbieder in te zetten; deze zal op basis van de business requirements van de klant een infrastructuur op maat ontwerpen en beheren. Dat is geen sinecure, omdat het connectiviteits-landschap uitermate dynamisch is, qua aanbod en qua technologie. Specialisatie van de aanbieder is nodig om deze one-stop-shop rol goed te vervullen. Goede oplossingen bevatten de juiste mix van cross-connect (verbinden via MPLS-netwerk), Internet en Cloud Exchange. En dat alles centraal gemanaged en met support, en dat met gemakkelijke selfservice mogelijkheden voor de klant.

Los van de gekozen verbindingstechnologie wordt de keuze voor connectiviteit medebepaald door een viertal parameters. Dat zijn Prijs, Bandbreedte, Latency (vertraging) en de Beschikbaarheid. Elke situatie vergt een specifieke afweging van de optimale mix. En elke keuze daarin is van invloed op de selectie van de verbindingstechnologie en de providers.

Het ene bedrijf heeft veel bandbreedte nodig tegen een lage prijs, het andere bedrijf wil de laagste latency of de hoogste beschikbaarheid, en is bereid daar meer budgetten voor vrij te maken. Dat dient goed in kaart te worden gebracht. Net als het applicatielandschap van het bedrijf in kwestie. Want per applicatie-categorie dient vanuit risicobeheer en kostenperspectief te worden vastgesteld welke verbindingen er nodig zijn.

Verbinding naar de Cloud

Ook in een Cloud omgeving is de ketting zo sterk als de zwakste schakel, en dat blijkt toch vaak de verbinding. Is het nog mogelijk om zelf invloed uit te oefenen op de keuze van uw partner? Dit ligt bij Cloud computing wel even anders. Daar heb je het aanbod van de provider te accepteren. Je bent dus ook afhankelijk van de connectiviteit aan zijn kant van de verbinding. De ervaring leert dat Cloud serviceproviders erg gericht zijn op hun interne systemen en hun technologie. Daar durven ze hoge SLA’s voor af te geven. Maar de connectiviteit blijft meestal onderbelicht of wordt helemaal niet meegenomen in de SLA.

Met andere woorden, u krijgt ‘garantie’ tot aan de deur.

Connectiviteit is in de huidige Cloud economie dus van cruciaal belang. Doordacht beleid is afgestemd op de bedrijfsstrategie en draagt bij aan een goed risicobeheer. Met een doordachte aanpak, kan men de algemene beschikbaarheid van IT-voorzieningen verhogen, en de flexibiliteit van de onderneming vergroten om haar concurrentiepositie te versterken.

Datacenters worden beschouwd als de digitale schakel tussen uw bedrijf en het Internet, en hoe korter de afstand hoe beter de verbinding. Steeds vaker zien we dat de werknemer thuis over een betere verbinding (lees hogere bandbreedte) beschikt dan binnen zijn eigen bedrijf. Ook valt het op dat de bedrijfsverbinding naar het Internet gedeeld dient te worden met alle aangesloten medewerkers en men daarboven ook nog gebruik wil maken van allerlei Cloud diensten, liefst via diezelfde aansluiting naar het Internet.

U begrijpt dat hierdoor er snel een Data congestie zal ontstaan met alle gevolgen van dien. Daarom is het belangrijk om eerst een duidelijk overzicht te krijgen van de mogelijkheden van aansluitingen naar het datacenter of Internet, en een analyse te maken van het aantal applicaties binnen uw organisatie en hun dataverbruik.

Hierna kan men pas een degelijk plan opstellen om onder andere:

  1. Te zorgen dat alle verbindingen ontdubbeld worden zodat bij uitval, bijvoorbeeld door graafwerken in uw buurt, er toch via een andere route en telecomprovider kan worden verder gewerkt.
  2. Het Internetverkeer binnen uw organisatie gescheiden zal worden van de bedrijf kritische applicaties, en er rekening is gehouden met het aantal gebruikers die dezelfde verbinding delen.
  3. Datastromen te optimaliseren door de korte weg naar het Datacenter te vinden en/of rechtstreeks een verbinding te maken met de Cloud Service Provider. (Public of Private).

Tip: Laat eerst een grondige studie maken aan de hand van de locatie(s) van uw bedrijf, vóór dat u over gaat tot de keuze van een geschikte Internet provider.

Extra Datacenters in België?

Eerst nog even als geheugensteuntje kijken we naar de indirecte gevolgen van de uitspraak voor de Public Cloud serviceproviders. Als zij gegevens in de VS willen blijven opslaan, zal daar een andere juridische basis voor moeten worden gevonden. Europese persoonsgegevens mogen ook niet meer in de VS bewaard worden, zo heeft het Europees Hof van Justitie vorige maand besloten. Maar wat kan u als zakelijke klant van Public Cloud diensten doen om te voorkomen dat uw bedrijf (tegen de privacywetgeving in) de gegevens bloot stelt aan derden? Daarover zijn de meningen van menig Cloud-expert nogal verdeeld, maar laten we eerst eens kijken naar wat er in de tussentijd allemaal heeft plaatsgevonden.

Toename bouw van datacenters op het Europese continent.

Niet geheel toevallig zijn een aantal Public Cloud providers in de afgelopen jaren begonnen met het bouwen van eigen datacenters in Europa. Uitgezonderd Google die sinds 2010 reeds een datacenter geopend heeft in België (Saint-Ghislain, bij Bergen) en Microsoft met hun eigen datacenter in Ierland sinds 2009 met een bijkomende uitbreiding in 2012 bevinden alle andere datacenters zich buiten het Europese continent.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze Public Cloud spelers in versneld tempo datacenters aan het opstarten zijn om zo te kunnen anticiperen op de uitspraak van het Europese hof omtrent het opslaan van vertrouwelijke data.

Google

Google heeft onlangs zijn tweede Belgische datacenter geopend op zijn beveiligde site in Saint-Ghislain, bij Bergen. Het gaat om de uitbreiding van een bestaande infrastructuur en een investering ter waarde van 300 miljoen euro.

Het datacenter in Bergen is erg belangrijk voor Google. Het is er een van amper 13 datacenters die het bedrijf wereldwijd in dienst heeft. Alle diensten die de internet reus in Europa aanbiedt, zoals de Google-zoekmachine, e-maildienst Gmail en videosite YouTube, draaien er gedeeltelijk. Hoeveel computerkracht het Belgische datacenter ongeveer huisvest, heeft Google nog niet willen prijsgeven.

Google heeft ook al al een datacenter in de Groningse Eemshaven in Nederland in gebruik genomen. Daarnaast bouwt men momenteel een tweede complex. De bouw daarvan is pas in 2017 voltooid, hoewel een deel van dat datacenter wel in 2016 al operationeel zal zijn.

De tienduizenden servers worden gehuisvest op een terrein van ruim veertig voetbalvelden groot. Een van de belangrijkste redenen dat Google zijn datacenter in het Groningse Eemshaven bouwt, is vanwege de ligging van een belangrijk internetknooppunt op die plek. Elf van de vijftien internet kabels die Europa en de Verenigde Staten met elkaar verbindt komen daar namelijk aan land.

Microsoft

Het Amerikaanse IT-bedrijf beschikt over eigen Europese datacenters in Ierland en Nederland.  Maar het opslaan van Europese data in deze datacenters biedt echter geen uitkomst, aangezien de Amerikaanse overheid via de Patriot Act ook toegang kan eisen tot data die Amerikaanse bedrijven buiten Amerikaans grondgebied hebben opgeslagen.

Microsoft wist te melden het vanaf begin 2016 Cloud diensten aanbiedt vanuit zijn datacenter in Middenmeer. Het complex in de Noord-Hollandse polder dient als hub voor Microsofts Cloud diensten in Europa, het Midden-Oosten en Afrika. “Wij geloven dat deze lokale Cloud een boost is voor innovatieve ontwikkelingen over de gehele wereld”, zei de general manager van Microsoft Nederland. Het nieuwe datacenter van 2 miljard euro in het Noord-Hollandse Middenmeer is nu versneld operationeel gemaakt.

Twee nieuwe datacenters in Duitsland

Daarnaast heeft Microsoft ook nog eens aangekondigd om de data van Europese klanten die gebruik maken van de Microsoft Cloud tegen een meerprijs op te slaan in Duitse datacenters. Door gebruik te maken van datacenters die eigendom zijn van een Duits bedrijf hoopt Microsoft de NSA buiten de deur te houden. Microsoft gaat zo dus de persoonsgegevens van Europese klanten die dat willen, binnenkort in Europa bewaren en niet meer in de VS.

Datacenters worden eigendom van T-Systems

Microsoft gaat daarom een samenwerking aan met Deutsche Telekom, die de datacenters via de dochteronderneming T-Systems in handen krijgt. Het gaat om datacenters in Frankfurt am Main en Magdeburg, die beide nieuw gebouwd worden. Naar verwachting zijn de datacenters in de tweede helft van 2016 operationeel.

De Financial Times wijst op een document over de Microsoft Cloud in Duitsland, waarin staat dat de constructie leidt tot een aangepaste prijs. Het lijkt er dan ook op dat klanten van Microsoft meer zullen moeten betalen om data in de Duitse datacenters op te kunnen slaan. Het gebruik van de Duitse Cloud wordt dan ook optioneel, klanten kunnen er ook voor kiezen data in de reguliere datacenters van Microsoft op te slaan. Met de dienstverlening richt Microsoft zich op overheden, de financiële sector en de zorg.

Zouden we dan toch een Europese Cloud krijgen, maar geleid door de Amerikanen?

U ziet dat met al deze inspanningen hierboven er al duchtig wordt gewerkt aan de footprint voor Public Cloud diensten binnen de Europese landsgrenzen. Toch blijft het afwachten of dit voldoende garanties biedt voor de privacywetgeving rond de opslag van gevoelige data van uw klanten in de Cloud. Gelukkig hoeft u geen afwachtende houding aan te nemen, er zijn immers nog legio lokale Private Cloud spelers die u met alle plezier willen overtuigen dat uw data bij hen absoluut veilig staat.

Of om het met de woorden van een overenthousiaste marketeer samen te vatten: “NSA proof dataopslag”. En ongetwijfeld zal er nog een vervolg komen met betrekking tot de gegevensopslag in de Cloud, al dan niet ten gunste van de nieuwe of bestaande klanten te helpen overtuigen om de stap naar de Cloud te zetten.

 Overzicht van het aantal datacenters in België

*Legenda Datacenters in België

Groen: Carrier Neutraal Datacenter waar meerdere Telecom Providers verbindingen hebben. Daarnaast is ook de Belgium Internet Exchange aanwezig (BNIX).

Geel: Transit Neutraal Datacenter waarin service providers een eigen backbone via glasvezel hebben verbonden met elkaar (meerdere BGP4 carriers).

Rood: Telecom-Carrier Private Datacenter enkel voor eigen infrastructuur + klanten (carrier-driven).

Paars: Public Cloud Datacenter (bijvoorbeeld Google, …) die 100 procent eigendom is.

Blauw: Historisch voorzien als Datacenter (maar momenteel niet meer in gebruik).

Belgische datacenters zijn in de minderheid

Als Microsoft enkele weken geleden aangaf om persoonlijke data van Europese burgers te huisvesten op Europese servers, dan stonden een aantal Europese lidstaten te glunderen. Duitsland, maar ook het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Allemaal landen waar Microsoft al liet uitschijnen om zijn infrastructuur verder uit te bouwen.

België hoort in dat rijtje niet thuis. Meer zelfs: ons land is eerder onaantrekkelijk als het gaat om het aantrekken van buitenlandse (public) Cloud leveranciers. Zij zien ons land niet als (top)bestemming. En daar hebben ze een aantal goede redenen voor

1. We zijn te klein

Kent u het verhaal dat de helft van de Belgen op (minder dan) een half uur rijden van de grens zit? Dat zegt al veel. We zijn te klein en vooral, we hebben te weinig plaats. Met name in Vlaanderen en Brussel is dat het geval. Een datacenter naar zogenaamde Tier 4 of T4-normen hoort ontdubbeld te worden met een afstand van ongeveer 50 kilometer ertussen. In België is dat haast onmogelijk. Naast te klein, zijn we institutioneel ook gewoon te complex.

En Google dan, hoor ik u zeggen? Dat Bergen Google naar ons land haalde heeft (volgens ingewijden) vooral te maken met een doorgedreven en lokale subsidiepolitiek. Bovendien: één zwaluw (of een klein groepje) maakt de lente niet.

2. Onze energie is te duur (en onzeker)

Dat is mogelijk nog een groter probleem. Een tijd geleden stelde een internationale Telecomprovider een nieuw datacenter voor in Rotterdam. Het derde datacenter van de groep in de Benelux. Deze zijn allemaal in Nederland gevestigd, en ook hun Belgische klanten maken er gebruik van. In België plannen ze vooralsnog geen datacenter, want het bleek dat de hoge energiekost de belangrijkste reden was om niet te investeren. Een hoge energiekost, die overigens voor een flink stuk wordt bepaald door de hoge belastingen erop. ‘De energiemarkt in België functioneert totaal anders dan die in Nederland’, zo klonk het diplomatisch.

Daar komt nog het feit bij dat de energievoorziening in België ook niet echt gegarandeerd is. De verhalen over een mogelijke break-out tijdens de winter, helpen wat dat betreft niet. Als Belgische datacenter-uitbater kan je dan een gigantische dieselinstallatie bouwen, zoals een aantal ook hebben gedaan, maar dit kost uiteraard handenvol met geld.

De energie is trouwens niet alleen te duur, ze is nog moeilijk te krijgen ook. Belgische energienetwerken zijn verouderd en onvoldoende aangepast aan de nieuwe energiestromen van de gedistribueerde productie door zonnepanelen en windmolens. Als je in België een nieuw datacenter plant, is het grootste struikelblok dus niet alleen waar te bouwen, maar er (op lange termijn) van energie worden voorzien.

3. We hebben wettelijke beperkingen

Ons land heeft opvallende wettelijke beperkingen. Zo is het onmogelijk om een gebouw op twee verschillende energienetwerken aan te sluiten. Dat blijkt hier illegaal, maar is wel een vereiste in het licht van een Tier 4-datacenter.

Tel daarnaast ook de veelvuldige bouwvoorschriften bij en dan wordt het wel heel lastig. En er is ook nog de fiscale onzekerheid. Een datacenter is een investering die minstens twintig jaar moet renderen, maar in België heb je, volgens sommigen, maar de zekerheid van een paar jaar omtrent fiscale spelregels.

4. Er is gebrek aan concurrentie

Dat is een klassieker, maar speelt zeker een rol. Proximus, de incumbent, heeft in het zakelijk segment een erg prominente positie in ons land. Ook al lijkt er beterschap op te treden, er is vaak onvoldoende concurrentie, zeker in bepaalde regio’s. Bovendien legt de concurrentie ook zijn eigen normen op. Zo blijkt het zogenaamde dark-fiber voor een datacenter niet eenvoudig te krijgen en worden de prijzen kunstmatig ‘hoog’ gehouden. Bestaande telecom-operatoren in ons land bieden dikwijls uitsluitend ‘managed fiber’. En hiervoor loopt de kostprijs aardig op.

5. Beperkte verbindingen en knooppunten

De meeste datacenters liggen ten noorden en oosten van het Brusselse, vaak nog op Vlaams grondgebied. Ook al doet Wallonië de laatste jaren een inhaalbeweging, het aantal uitgebouwde datacenters valt daar op een of twee handen te tellen. Veel heeft te maken met de backbone rond Brussel. Want een datacenter zonder goede verbindingen, is als een café zonder bier, om nog eens een Belgisch voorbeeld te gebruiken.

Datacenters worden aangetrokken door de aanwezigheid van internet-knooppunten zoals de AMS-IX, het bekendste Nederlandse knooppunt waar momenteel het meeste verkeer over loopt binnen geheel Europa. Een datacenter heeft nood aan plekken waar netwerken mekaar kunnen vinden en snel onderling verkeer kunnen uitwisselen. In België blijkt dit veel minder het geval. Dat een sterke verbinding cruciaal is, blijkt uit het feit dat bijvoorbeeld Google helemaal in het noorden van Nederland in een absoluut complete uithoek zijn datacenter uitbouwt. Het bedrijf zit er letterlijk op ettelijke honderd meter van meerdere overzeese kabels. Meteen bij de bron dus. Een bron waar ons land alleen maar van kan dromen.

In ons volgende deel zullen we wat dieper ingaan op wat het ene datacenter onderscheid ten opzichte van de andere, de zogenaamde Tiering I t/m IV, en zullen we de netwerkverbindingen onder de loep nemen. Want zonder een aansluiting naar het Internet of de Cloud serviceprovider is geen informatie uitwisseling mogelijk. Ook de aspecten qua veiligheid zowel in het datacenter als daarbuiten, en de privacywetgeving rondom uw data zullen worden besproken in deel twee van deze speciale reeks over datacenters.

*carrier Operator die zich beperkt tot het transport van telecom, spraak, data of multimedia.

*Een Zettabytes (afgekort ZB) is 1.000.000.000.000.000.000.000 (1021) bytes. Zetta is de SI-prefix voor een triljard.

  Auteur: Peter Witsenburg – Cloud Makelaar © 2019

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here